Imidacloprid

Imidacloprid is een systemisch insecticide uit de neonicotinoide groep. De toxiciteit van imidacloprid en zijn metabolieten voor bijen, de verspreiding van imidacloprid in het milieu en de manieren waarop bijen eraan bloot gesteld worden komen aan bod in deze rubriek. Zie ook de imidacloprid-factsheets in de linker menubalk, 4e blok.

Expert explanations of honeybee losses in areas of extensive agriculture in France: Gaucho compared with other supposed causal factors

[Maxim and Van der Sluijs 2010, Environmental Research Letters]

French researchers estimate that 73% of the increased colony collapse in 1994-2004 in areas of extensive agriculture in France has been caused by imidacloprid.

Abstract
Debates on causality are at the core of controversies as regards environmental changes. The present paper presents a new method for analyzing controversies on causality in a context of social debate and the results of its empirical testing. The case study used is the controversy as regards the role played by the insecticide Gaucho®, compared with other supposed causal factors, in the substantial honeybee (Apis mellifera L.) losses reported to have occurred in France between 1994 and 2004.

Imidacloprid in milieu veroorzaakt insectensterfte en verklaart neergang van vogelsoorten

Watermuggen (Chironomus tentans) zijn een veelgebruikte insecten soort voor water toxiciteitstesten met bestrijdingsmiddelen. Bij blootstelling van watermuggen aan imidacloprid over een periode van 28 dagen werd door onderzoekers van het Canadese National Water Research Institute de gemiddelde letale concentratie (LC50) vastgesteld op 910 nanogram per liter. Een vergelijkbare toxiciteit is aangetoond voor honingbijen: het voeden van honingbijen op suikerwater dat 1000 nanogram imidacloprid per liter bevatte leidde na 8 dagen tot sterfte. De concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater van de Randstad liggen regelmatig veel hoger en vormen daarmee een dodelijke bedreiging voor insecten. Bijensterfte is misschien alleen maar de top van een ijsberg. Dagvlinders en weidevogels nemen in aantal af, en het aantal soorten broedvogels en dagvlinders dat als bedreigd en kwetsbaar op de Rode Lijst staat, is de afgelopen tien jaar toegenomen. Er zijn aanwijzingen voor een verband tussen de dramatische neergang van vogelsoorten in West-Nederland en insectenschaarste door milieuverontreiniging met imidacloprid en andere insecticiden (zie ook www.farmlandbirds.net). Graspieper, Veldleeuwerik en Gele Kwikstaart vertonen sinds 2000 in de laagveengebieden van West-Nederland een dramatische jaarlijkse afname van resp. 32%, 23% en 22%. Als die ontwikkeling zich doorzet zal het overgrote deel van deze vogels binnen enkele jaren uit de laagveengebieden van West-Nederland verdwenen zijn. De extreme insecticidenbelasting van het Westlandse oppervlaktewater correleert met een drastische afname van het huismussen-, spreeuwen-, en gierzwaluwenbestand in de regio Delft. De zware insecticidenbelasting van het oppervlaktewater in de regios Amsterdam en Rijnmond correleert met het uitsterven van de huismus in Amsterdam en Rotterdam. Huismus en spreeuw voeden in de nestfase hun jongen met insecten, en gierzwaluwen voeden zich uitsluitend met insecten. Ook de ontwikkeling van de weidevogels in Amstelland, de Vechtstreek en Eemland is zorgelijk. Sinds 1997-1998 gaan tureluur, slobeend, graspieper, grutto, scholekster, kievit en veldleeuwerik in aantal achteruit. De veldleeuwerik is koploper (met een afname van gemiddeld bijna 10% per jaar).

Duurzame maisteelt raakt steeds verder uit zicht

Forum bijdrage aan Agrarisch Dagblad 5mrt 2010

De nieuwe Nederlandse regelgeving om bijensterfte tegen te gaan, gaat niet ver genoeg, vindt hoogleraar Jeroen van der Sluijs. Er kan beter geïnvesteerd worden in een bijvriendelijke maisteelt, in plaats van een symbolische investering door het ombouwen van maiszaaimachines.

Lees het artikel op de website van Agrarich Dagblad

Kamervragen Thieme over Maisteelt en bijensterfte

Kamervragen aan de ministers van LNV en van VROM over bijenvolksterfte door onduurzame maisteelt gesteld op 5 maart 2010

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over bijenvolksterfte door onduurzame maisteelt.

1. Kent u het bericht ‘Duurzame maisteelt raakt steeds verder uit zicht[1] ’?

2. Deelt u de mening van Dr. Van der Sluijs dat het inzetten van deflectoren op maiszaaimachines een end-of-pipe maatregel is en dat deze maatregel het probleem niet oplost? Zo neen, waarom niet?

3. Deelt u de analyse van Dr. Van der Sluijs dat een deflector de hoeveelheid gif die in het milieu komt niet verandert en dat gelet op de lange verblijftijd (tot 2 jaar) van imidacloprid in het milieu het gif uiteindelijk toch in bijenvolken terecht komt en dat dat gecombineerd met het feit dat imidacloprid een CT-gif is waarvoor de Regel van Haber geldt[2] vastgesteld moet worden dat het enige te verwachten effect van een deflector is dat de bijenvolken dan later aan chronische vergiftiging sterven in plaats van vlak na het zaaien aan acute vergiftiging (‘de wet van behoud van ellende’ zoals dit ook wel aangeduid wordt)?

Deflectoren op maiszaaiers verplicht

AGD.nl 05 jan 2010 14:43

Er gaan in 2010 nieuwe eisen gelden bij het zaaien van mais, meldt het CTGB.

Aanleiding is de bijensterfte. Pneumatische (onderdruk/vacuüm) zaaimachines moeten per 1 januari 2010 zijn voorzien van zogeheten deflectoren. Deze deflectoren buigen de luchtstroom af naar de grond en reduceren zodoende de drift met meer dan 85 procent.

Tot nog toe blaast de pneumaat de lucht die vrijkomt voor het creëren van het vacuüm voor zaaien omhoog of opzij. Stof met insecticide in die lucht kan daardoor naast het maïsveld op bloeiende planten terecht komen. In 2008 leidde de combinatie van slecht gecoat maïszaad, ongunstig weer en zaaien met pneumaten in het buitenland tot hoge bijensterfte.

Interactions between Nosema microspores and a neonicotinoid weaken honeybees (Apis mellifera)

ABSTRACT
Global pollinators, like honeybees, are declining in abundance and diversity, which can adversely affect natural ecosystems and agriculture. Therefore, we tested the current hypotheses describing honeybee losses as a multifactorial syndrome, by investigating integrative effects of an infectious organism and an insecticide on honeybee health. We demonstrated that the interaction between the microsporidia Nosema and a neonicotinoid (imidacloprid) significantly weakened honeybees. In the short term, the combination of both agents caused the highest individual mortality rates and energetic stress. By quantifying the strength of immunity at both the individual and social levels, we showed that neither the haemocyte number nor the phenoloxidase activity of individuals was affected by the different treatments. However, the activity of glucose oxidase, enabling bees to sterilize colony and brood food, was significantly decreased only by the combination of both factors compared with control, Nosema or imidacloprid groups, suggesting a synergistic interaction and in the long term a higher susceptibility of the colony to pathogens. This provides the first evidences that interaction between an infectious organism and a chemical can also threaten pollinators, interactions that are widely used to eliminate insect pests in integrative pest management.

Risk assessment for side-effects of neonicotinoids against bumblebees with and without impairing foraging behavior

Op 13 september 2009 verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Ecotoxicology een nieuwe studie van onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel naar de gevolgen voor hommels van langdurige blootstelling aan imidacloprid. De studie toont aan dat lage concentraties die niet acuut dodelijk zijn op lange termijn wel tot volksterfte leiden. Bij afnemende concentratie van imidacloprid in de voeding vonden de onderzoekers 100% sterfte in het hommelnest na respectievelijk enkele uren (bij 200 ppm), 14 dagen (bij 20 ppm), 28 dagen (bij 2 ppm) en 49 dagen (bij 0,2 ppm). Wat opvalt is dat de totale hoeveelheid gif die 100% sterfte in het nest veroorzaakt minder wordt als die hoeveelheid over een langere periode wordt uitgesmeerd. Dit is typerend voor CT-giffen die onomkeerbare schade geven die zich bij herhaalde blootstelling opstapelt (regel van Haber, zie ook www.bijensterfte.nl/nl/node/102)

Hieronder de abstract van de studie en enkele citaten uit het artikel.

Imidacloprid: What You Must Know Now

Thu, Sep 17, 2009 by Paul Tukey, safelawns.org

Pesticide Implicated in Widespread Bee Deaths

While environmental activists including the SafeLawns Foundation claimed a temporary victory Wednesday, Sept. 16 in the emerging battle concerning the widespread use of imidacloprid in Worcester, Mass., beekeepers and many other observers across North America are deeply concerned about the precedents being set in the rural community.

Pesticides fingered in UK honeybee wipeout - Further suspicion falls on neonicotinoids

A new study appears to have confirmed suspicions that the neonicotinoid group of pesticides is in part responsible for the dramatic decline in UK honeybee numbers, the Telegraph reports. Insect research charity Buglife and the Soil Association "brought together a number of peer-reviewed pieces of research" which demonstrate that neonicotinoids "damage the health and life cycle of bees over the long term by affecting the nervous system". Matt Shardlow, Buglife chief exec, said: “Other countries have already introduced bans to prevent neonicotinoids from harming bees. This is the most comprehensive review of the scientific evidence yet and it has revealed the disturbing amount of damage these poisons can cause." Peter Melchett, director of the Soil Association, added: “The UK is notorious for taking the most relaxed approach to pesticide safety in the EU. Buglife’s report shows that this puts at risk pollination services vital for UK agriculture."

Bollenteelt op zandgrond belast het oppervlaktewater met bestrijdingsmiddelen

Het overgrote deel van de neerslag zal in de bodem infiltreren en een hoog percentage van de neerslag zal naar de ondergrond worden afgevoerd. In het op deze wijze afgevoerde water kunnen zich opgeloste bestrijdingsmiddelen bevinden (uitspoeling). In het algemeen geldt dat zandgronden door hun chemische eigenschappen het meest kwetsbaar zullen zijn voor uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. Dit verklaart ook waarom de bollenteelt, die zich in Nederland concentreert op een strook zandgrond van Den Helder tot Wassenaar, extreme normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater veroorzaakt. In Nederland stroomt het grondwater van de (middel)hoog gelegen infiltratiegebieden naar de kwelgebieden, die te vinden zijn in de laagste delen van het land. Uiteindelijk zal al het grondwater via oppervlaktewaterstelsels worden afgevoerd.

Milieu-effectenkaarten boomteelt / appel / peer bagatelliseren risico's van imidacloprid

Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht heeft milieu-effectenkaarten gemaakt voor agrariërs waarmee op eenvoudige wijze de milieubelasting van verschillende bestrijdingsmiddelen kan worden vergeleken, op basis van gegevens van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB). Het wordt aanbevolen bij voorkeur 'groene middelen' (middelen met een laag aantal milieubelastingspunten) te gebruiken (oranje en rode middelen zijn schadelijker). Het voor bijen zeer giftige insecticide imidacloprid krijgt op de milieu-effecten kaarten voor de boomteelt de kleur oranje voor de mate waarin de stof kan uitspoelen naar het grondwater, en de kleur groen voor de giftigheid van de stof voor organismen in de bodem en in het oppervlaktewater. Ook de milieu-effectenkaart voor appel en peer geeft de kleur groen aan de giftigheid van imidacloprid voor organismen in het oppervlaktewater. Feit is echter dat het gebruik van imidacloprid in de boom- en fruitteelt extreme normoverschrijdingen in het oppervlaktewater veroorzaakt, en dat imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater die 9x of meer boven de wettelijke MTR liggen in laboratorium studies sterfte van water insecten veroorzaken. Deze milieu-effecten kaarten kunnen dus wat het gebruik van imidacloprid betreft een misleidende werking op agrariërs hebben. De extreme emissies van imidacloprid en de mogelijke gevolgen daarvan (zoals bijensterfte) worden door deze milieu-effectenkaarten waarschijnlijk nauwelijks tegengewerkt.

Drinkwaternorm bestrijdingsmiddelen onderschat gevaar van imidacloprid voor bijen

De drinkwaternorm voor bestrijdingsmiddelen is 100 nanogram per liter voor individuele stoffen en 500 nanogram per liter voor het totaal aan stoffen. De drinkwaternorm is niet gebaseerd op toxicologische overwegingen maar was de detectielimiet voor de meeste werkzame stoffen toen de eerste Europese Drinkwater Richtlijn (80/778/EEC) in 1980 in werking trad. De drinkwater norm ligt daarmee slechts een factor 6 onder de imidacloprid concentratie die aantoonbaar sterfte van insecten veroorzaakt. Inwintering van bijenvolken met drinkwater dat met 100 nanogram imidacloprid per liter aan de huidige norm voldoet kan dus zeer schadelijk voor een bijenvolk zijn. De norm dient derhalve te worden herzien voor neonicotinoïde insecticiden. Imidacloprid staat nummer 1 in de toptien van meest norm-overschrijdende stoffen bij metingen in oppervlaktewater. Zowel het MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) als de drinkwaternorm worden relatief vaak overschreden.

EPA to Review the Bee Killer Imidacloprid

Fri, Jul 17, 2009

Having received more than 12,000 comments from concerned citizens, the Environmental Protection Agency announced yesterday it will begin reviewing the pesticide responsible for Colony Collapse Disorder of bees.

As one of the first organizations in the U.S. to begin tracking this story, SafeLawns.org has long concluded that a synthetic nicotine known as imidacloprid — used to kill grubs on lawns — is responsible for the widespread bee epidemic that has claimed more than a third of the nation’s beehives since 2006. France, Germany, Italy and several other nations have already banned the chemical, often marketed as “Merit,” that has been licensed for use in the U.S. since the 1990s, but came into widespread use in 2005 after the EPA banned diazinon.

Bees killed by Neo-nicotinoids in expressed Maize sap

New research by Prof. Vincenzo Girolami of the University of Padova in Italy shows Neonicotinoids in maize kill bees via water droplets. The same seed-dressed imidacloprid maize as the one used in this experiment is widely grown in the Netherlands.

Here you can see a video clip of the effects:

Bees face toxic challenge with suspect insecticide

By Thad Box - www.WesternFarmerStockman.com June 2009 - opinion

It is generally accepted that toxic bank loans caused our financial system to collapse. Now it appears that toxic substances are causing collapse of a whole host of pollinators that keep natural systems functioning efficiently. And the collapses of both the financial and biological systems are part of a larger system failure. Beginning in the 1990s, beekeepers began to suspect the systemic insecticide imidacloprid for death of bees. This is a product that is taken up by plants and becomes systemic, that is it is stored in and moves through the plant system. Once the chemical is in the nectar and pollen of the plant, nothing can protect pollinators who gather the poisoned food.

Antwoorden kamervragen Marianne Thieme

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
12 juni 2009 - kamerstuk
Kamervragen over de bijensterfte.

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over bijensterfte en gewasbeschermingsmiddelen (nr. 2009Z08438).

Nosema and Neonicotinoid Pesticides Act Synergistically to Kill Honeybees

Prof. Joe Cummins presents evidence that parasitic fungi can kill insects when low, otherwise non-lethal concentrations of pesticides are present

The neonicotinoid insecticides used to dress seeds are systematic, and accumulate in plant parts including the flowers. Hence honeybees collecting pollen will become exposed to the pesticide, and become more susceptible to fungal pathogens. The parasitic fungus, Nosema ceranae, a single celled parasite was indeed found in CCD-affected bee hives from around the USA.

Impact of Currently Used or Potentially Useful Insecticides for Canola Agroecosystems on Bombus impatiens, Megachile rotundata, and Osmia lignaria

Research conducted using only honey bees as the indicator species may not adequately reflect the risk posed by insecticides to wild bees because of their differential susceptibility and unique biology.

C.D. Scott-Dupree, L. Conroy, and C.R. Harris

ABSTRACT Pest management practices may be contributing to a decline in wild bee populations in or near canola (Brassica napus L.) agroecosystems. The objective of this study was to investigate the direct contact toxicity of five technical grade insecticides - imidacloprid, clothianidin, deltamethrin, spinosad, and novaluron - currently used, or with potential for use in canola integrated pest management on bees that may forage in canola: common eastern bumble bees [Bombus impatiens (Cresson); hereafter bumble bees], alfalfa leafcutting bees [Megachile rotundata (F.)], and Osmia lignaria Cresson. Clothianidin and to a lesser extent imidacloprid were highly toxic to all three species, deltamethrin and spinosad were intermediate in toxicity, and novaluron was nontoxic. Bumble bees were generally more tolerant to the direct contact applications > O. lignaria > leafcutting bees.
However, differences in relative toxicities between the three species were not consistent, e.g., whereas clothianidin was only 4.9 and 1.3x more toxic, deltamethrin was 53 and 68x more toxic to leafcutting bees than to bumble bees and O. lignaria, respectively. Laboratory assessment of direct contact toxicity, although useful, is only one measure of potential impact, and mortality under Þeld conditions may differ greatly depending on management practices. Research conducted using only honey bees as the indicator species may not adequately reßect the risk posed by insecticides to wild bees because of their unique biology and differential susceptibility. Research programs focused on determining nontarget impact on pollinators should be expanded to include not only the honey bee but also wild bee species representative of the agricultural system under investigation.

Sublethale effecten van blootstelling aan imidacloprid en zijn metabolieten op honingbijen.

Als bijen worden blootgesteld aan giftige stoffen maar in te kleine hoeveelheden om er direct aan dood te gaan zijn er vaak toch waarneembare schadelijke effecten te zien. Deze effecten worden sublethale effecten genoemd. Ze worden in de meeste toxiciteitstests over het hoofd gezien en vereisen langdurig veldonderzoek om ze goed in kaart te brengen. Voor imidacloprid is dit gedaan. In de onderstaande tabel staat een overzicht van de gemeten sublethale effecten van imidacloprid op bijen. De linker kolom beschrijft het waargenomen effect. De middelste kolom geeft aan in wat voor soort studies dit effect is gevonden en de rechter kolom geeft aan vanaf welke dosis (hoeveelheid giftige stof per bij) het nadelige effect waargenomen is. De gebruikte afkoringen staan onderaan de tabel verklaard.

Effect van blootstelling onder de dodelijke dosisType studie en vergiftigingsroute/wijze van vergiftigingLOEC waarde
Reflex van het uitschuiven van de proboscis (populair: de tong) (dit is een maat voor het geconditioneerd geheugen en leervermogen van honingbijen)Laboratorium studie naar effecten van herhaalde orale toediening van imidacloprid (chronische vergiftiging)0,4 ng/honingbij (12 ppb)
NOEC: 0,2 ng/honingbij (6 ppb)
Dagelijkse toediening en observatie gedurende 11 opeenvolgen dagen
Het aantal keren per tijdseenheid dat de voedselbron wordt bezocht en de duur van voedselopnameTunnelproef (studie in gesloten boogvormige zeer langwerpige kas) naar de effecten van herhaalde consumptie van imidacloprid (4 dagen tot 4 weken) (chronische vergiftiging)0,075-0,21 ng/honingbij (3 ppb)
Herkennen van bijen van het eigen volk binnen de korfLaboratoriumstudie naar effecten van herhaalde orale toediening van imdacloprid (chronische vergiftiging)0,25-0,7 ng/honingbij (10 ppb)
Na meer dan 1 maand observeren
De hoeveelheid stuifmeel die wordt gegeten en de hoeveelheid bijenwas die wordt geproduceerdLaboratoriumstudie naar effecten van herhaalde orale toediening van imdacloprid (chronische vergiftiging)0,31-0,87 ng/honingbij (12.5 ppb)
5 dagen geobserveerd
Knockdown effect (verlamming) en bewegings coordinatieLaboratoriumstudie naar effecten van herhaalde orale toediening van metabolieten van imdacloprid0,0022 ng/honingbij (0,1 ppb)
Metaboliet: 6-chloronicotinic acid
Effect treedt op vanaf dag 6

0,004 ng/honingbij (0,1 ppb)
Metaboliet: ureum derivaat
Effect treedt op vanaf dag 6

De precisie waarmee de hoek tussen de lijn van de zon naar de bijenkast en de lijn van de voedingsbron naar de bijenkast wordt bepaald door de bijen.

De invloed op de kwispel (ook waggel) dans en 'tremble' dans

Toelichting: met bijendans vertellen bijen elkaar in welke richting ze moeten vliegen om bij nieuw ontdekte voedselbronnen te komen. Zie het youtube filmpje voor een uitleg.

Veldstudie naar de effecten van eenmalige blootstelling aan imidacloprid0,5 - 1,4 ng/honingbij (20 ppb)
NOEC: 0,25-0,7 ng/honingbij (10 ppb)

De precisie van afstandsbeoordeling (onderdeel van kwispeldans)Veldstudie naar de effecten van eenmalige blootstelling aan imidacloprid2,5 - 7 ng/honingbij (100 ppb)
NOEC: 0,5-1,4 ng/honingbij (20 ppb)
Afname van het aantal bewegingen per tijdseenheid (en verlamming)Laboratoriumstudie naar de effecten van een of meer topische toedieningen (lokaal/plaatselijk/via huid)5 ng/honingbij
Na 30 minuten
Proboscis (populair: de tong) uitsteek reflex (engels: PER)Laboratoriumstudie naar de effecten van een of meer topische toedieningen (lokaal/plaatselijk/via huid)0,1 ng/honingbij (na 15 minuten en 4 uur), voor honingbijen van 4-7 dagen oud.
0,1 ng/honingbij (na 15 minuten en 1 uur), voor honingbijen van 8-10 dagen oud

Verklaring van de afkortingen em begrippen:
LOEC= Lowest Observed Effect Concentration: De laagste concentratie van een stof in het lichaam (hier van een bij) waarbij al effecten waarneembaar zijn.
NOEC= No Observed Effect Concentration: de hooste concentratie van een stof in het lichaam (hier van een bij) waarbij nog geen (negatieve) effecten worden waargenomen.
ng = nanogram, dat is 0,000000001 gram ofwel een miljardste deel van een gram.
ppb = Parts Per Billion, een maat voor de concentratie van een stof uitgedrukt in het aantal deeltjes van die stof per miljard deeltjes.
Metaboliet = omzettingsproduct. Na opname in de plant wordt imidacloprid langzaam afgebroken. Daarbij ontstaan andere stoffen, de zogenaamde metabolieten van imidacloprid. Sommige van deze metabolieten, zoals het olefin-metaboliet, zijn nog giftiger voor bijen dan imidacloprid zelf. In het veld worden bijen aan een mengsel van imidacloprid en zijn metabolieten blootgesteld.
Chronisch = bij herhaalde toediening gedurende een reeks aaneengesloten dagen (in tegenstelling tot effecten bij eenmalige toediening, die ook wel acute effecten worden genoemd).

Imidaclopridgebruik in Nederland in 10 jaar vertienvoudigd

Imidaclopridgebruik in Nederland, Bron: CBS

jaar aantal bedrijven grootte oppervlak
met gebruik (ha)
gebruik (kg)
1995 2381 5335 668
1998 6470 22631 4047
2000 8258 28976 5473
2004 8683 40007 6377

Conclusie: in ca 10 jaar tijd is het gebruik van imidacloprid in Nederland vertienvoudigd.

Opmerking: een kilo lijkt niet veel, maar Ca. 0,1 nanogram imidacloprid geeft al gedragseffecten op een bij, dus met 1 gram imidacloprid kun je in theorie tienmiljard bijen van slag brengen door ze allemaal 0,1 nanogram toe te dienen.

The Sublethal Effects of Pesticides on Beneficial Arthropods

Nicolas Desneux, Axel Decourtye, and Jean-Marie Delpuech

Abstract
Traditionally, measurement of the acute toxicity of pesticides to beneficialarthropods has relied largely on the determination of an acute median lethal dose or concentration. However, the estimated lethal dose during acute toxicity tests may only be a partial measure of the deleterious effects. In addition to direct mortality induced by pesticides, their sublethal effects on arthropod physiology and behavior must be considered for a complete analysis of their impact. An increasing number of studies and methods related to the identification and characterization of these effects have been published in the past 15 years. Review of sublethal effects reported in published literature, taking into account recent data, has revealed new insights into the sublethal effects of pesticides including effects on learning performance, behavior, and neurophysiology. We characterize the different types of sublethal effects on beneficial arthropods, focusing mainly on honey bees and natural enemies, and we describe the methods used in these studies. Finally, we discuss the potential for developing experimental approaches that take into account these sublethal effects in integrated pest management and the possibility of integrating their evaluation in pesticide registration procedures.

Effects of sub-lethal imidacloprid doses on the homing rate and foraging activity of honey bees

Laura Bortolotti, Rebecca Montanari, José Marcelino2, Piotr Medrzycki, Stefano Maini,
Claudio Porrini

Abstract
For several years, reports by French and Italian beekeepers have been suggesting a lethal effect of imidacloprid on honey bees; in particular, the molecule has been related to honey bee mortality and decrease of hive populations, affecting the orientation and ability of honey bees to return to the hive.

Bezwaar Natuur en Milieu tegen toelating Imidacloprid niet ontvankelijk verklaard

Voorjaar 2007 heeft Stichting Natuur en Milieu twee bezwaarschriften ingediend bij het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (thans Ctgb)

Learning performances of honeybees (Apis mellifera L) are differentially affected by imidacloprid according to the season

Axel Decourtye, Eric Lacassie, Minh-Hà Pham-Delègu

Abstract: To establish the sublethal concentrations domain, acute and chronic oral tests were
conducted on caged honeybee workers (Apis mellifera L) using imidacloprid and a metabolite, 5-OHimidacloprid,
under laboratory conditions. The latter showed a 48-h oral LD50 value (153ng per bee)
five times higher than that of imidacloprid (30ng per bee). Chronic feeding tests indicated that the
lowest observed effect concentrations (LOEC) of imidacloprid and of 5-OH-imidacloprid on mortality

Effects of imidacloprid and deltamethrin on associative learning in honeybees under semi-field and laboratory conditions

Axel Decourtye, James Devillers, Sophie Cluzeau, Mercedes Charreton and Minh-Hà Pham-Delègue

Abstract

Syndicate content